®

1900

Albert Carel Willink werd op 7 maart in Amsterdam geboren als de oudste van de twee zoons van Jan Willink en Wilhelmina Altes.

 

1913-1918

Volgde middelbaar onderwijs aan achtereenvolgens het Instituut van der Hoof en de eerste vijfjarige HBS aan de Keizersgracht in Amsterdam.

 

1918-1919

Studeerde korte tijd medicijnen waaruit een vriendschap ontstond met de latere psychiater Frits Grewel. Daarna studeerde hij tot na de propedeuse bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij eerst ook woonde; sloot vriendschap met de latere schilder Charles Roelofsz. Inmiddels had hij zich in Den Haag gevestigd, vanwaar hij in een brief van 17 november 1919 zijn ouders op de hoogte stelde van zijn besluit om kunstschilder te worden.

 

1920-1923

Reisde via Düsseldorf naar Berlijn, waar hij eerst korte tijd studeerde aan de Staatliche Hochschule, daarna aan de internationale schilderschool van Professor Hans Baluschek. Sloot daar vriendschap met Herbert Behrens Hangeler. Maakte eerst expressionistisch werk, enigszins in de trant van Dix en Grosz, maar exposeerde in 1923 abstract werk in het Glaspalast in Moabit met de 'November-Gruppe'. Maakte aquarellen en collages die verwantschap hebben met Klee en Schwitters. Werkte enige tijd mee aan het avant-garde tijdschrift 'Het Overzicht', nam deel aan de groepen 'Der Wurf' in Bielefeld en 'Zenith' in Belgrado.

 

1924-1925

Had na terugkeer in Amsterdam een tentoonstelling in 'Gebouw Heystee', bij gelegenheid waarvan hij zichzelf 'futurist' noemde. Werkte mee aan het tijdschrift voor constructivistische kunst 'De Driehoek', onder andere met Josef Peeters en Eddy du Perron. Met de laatste bleef hij bevriend tot diens dood in 1940. Werd lid van 'De Onafhankelijken', met wie hij in de komende jaren een aantal malen in het Stedelijk Museum te Amsterdam zou exposeren en waarvoor hij in 1927 de affiche en de catalogus ontwierp. Er ontstonden een aantal werken zoals 'De zilveren bruiloft' (1924), waarin figuratieve elementen terugkeren en waarvan de compositieopbouw aan Léger en aan collages doet denken.

 

1926-1930

Werkte in 1926 enige tijd in het leerlingenatelier van Henri Le Fauconnier in Parijs, waar hij lijntekeningen naar naaktmodel vervaardigde. Werd geïnspireerd door het classisisme van Picasso, waaruit werken als 'Duiven' (1927) en 'Meisje met Duif' (1929) ontstonden. Trouwde in 1926 met Mies van der Meulen, die hem echter in 1928 al verliet. Willink portretteerde haar enkele malen. Met zijn eerste vrouw en Behrens Hangeler maakte hij een reis door Frankrijk tot aan de Pyreneeën: het Franse landschap en onder andere ook Lourdes verschenen in een aantal werken.

 

1931

Maakte met zijn broer Jan een rondreis door Italië, waarbij onder andere Pisa en Florence bezocht werden. Bewondering voor het werk van De Chirico; schilderijen zoals 'Late bezoekers in Pompeï' (1931) ontstonden. Schilderde in 1931 een voor een landschap liggend naakt 'Rustende Venus', waarvoor Wilma Jeuken poseerde.

 

1932

Had een eenmanstentoonstelling bij Kunsthandel Vecht in Amsterdam; de zo typerende 'Willink-Huizen' verschenen in het werk, onder andere op de achtergrond van portretten van Wilma en Charles Roelofsz. Willink portretteerde Wilma elfmaal, onder andere in 1932, 1938, 1940 (met kat) en 1952; daarnaast portretteerde hij hen samen in dubbelportretten in 1934 en 1957.-1933

Huwelijk met Wilma Henriëtte Johanna Jeuken, geboren 1905 te Amsterdam. Had een eenmanstentoonstelling in het Stedelijk Museum 'De Lakenhal' in Leiden.-1934

Had exposities in Den Haag bij Kunsthandel Nieuwenhuizen Segaar en in Amsterdam bij Kunsthandel Huinck en Scherjon.

 

1935

Betrok de woning met atelier aan de Ruysdaelkade in Amsterdam, waar hij tot aan zijn dood zou blijven wonen. Ging klassieke beelden, die hij kende van het Neues Palast in Potsdam, uit Parijs, Versailles of uit de tuin van het Rijksmuseum, verwerken in schilderijen als 'landschap met statue' en 'Het jachtslot'. Had in 1936 en 1938 een expositie bij Kunsthandel Carel van Lier.

 

1939

Overzichtstentoonstelling in Museum Boymans in Rotterdam. Schilderijen als 'Job' (1938) en 'Simeon de pilaarheilige' (1939) - waarvoor de kunstenaar zèlf model zat - en landschappen zoals 'Château en Espagne' (1939) werden gezien als uitingen van cultuurpessimisme, die door de Tweede Wereld Oorlog bewaarheid werden.

 

1941

Vervaardigde in opdracht een portret van Mr. J.Th. Stakenburg. Er zouden in de volgende jaren als broodwinning nog ca. 40 in opdracht gemaakte portretten, waaronder een aantal dubbelportretten, volgen. Het laatste, een portret van een jonge vrouw 'De Madonna van de Galapagos-eilanden', ontstond in 1980.

 

1947

Maakte een reis naar Parijs, waar hij in de Jardin de Tuileries, het park van Versailles en in St. Germain-en-Laye opnieuw inspiratie opdeed, die in schilderijen werd verwerkt.

 

1949

Tentoonstelling Stedelijk Van Abbe Museum in Eindhoven.

 

1950

Publiceerde het essay 'De Schilderkunst in een kritiek stadium'. Zich afzettend tegen de abstracte schilderkunst van dat moment zet hij hierin zijn ideeën, over de moderne schilderkunst uiteen, met name ook over de plaats die zijn realistisch werk daarin innam.-1951

Overzichtstentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel.-1952

Schilderde tot 1962 een zeventiental landschappen met uitheemse dieren, zoals rinocerossen, giraffen, miereneters, maraboes. Plaatste de dieren in een voor hen ongebruikelijke omgeving, waardoor vervreemding ontstond.

 

1953

Tentoonstelling in het Waaggebouw in Nijmegen.

 

1955

Tentoonstelling Paleis Raadhuis in Tilburg.-1956

Tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

 

1960

Wilma Willink-Jeuken overleed aan een hersenbloeding. Om dit grote verlies te kunnen verwerken maakte Willink een reis naar Rome. In deze stad bezocht hij onder andere de tuinen van het Vaticaan, het Thermen-museum, de omgeving van de stad en ca. 120 km vergelegen tuinen van Bomarzo.

 

1961

Tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het Thermen-museum in Rome vormde de inspiratie voor een drietal schilderijen, die in de jaren 1961-1963 ontstonden.

 

1962

Reisde opnieuw naar Rome en de tuinen van Bomarzo, waarvan de beelden in de periode 1963/1966 in een vijftal grote schilderijen, zoals 'De eeuwige schreeuw' (1964) en 'Onnodige getuigen' (1965) zouden worden verwerkt.

 

1968

Tentoonstelling Gemeentemuseum in Arnhem.-1969

Huwelijk met Mathilda de Doelder, die hij naakt in een aantal composities opnam, onder andere in 'Fuga monialium' uit 1967.

 

1973

Overzichtstentoonstelling in Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. In dit jaar ontstond een laatste zelfportret.

 

1975

Willink vervreemdde van Mathilda die tekenen van hoogmoedswaanzin vertoonde en nadat zij het portret van 'Wilma' uit 1952 ernstig beschadigde, bande Willink haar onmiddellijk uit zijn leven. Direct hierna deelde Willink zijn leven met een nieuwe muze: Sylvia.

 

1977

Na de officiële scheiding van Mathilda (2 juni) huwde Willink op 5 juli de kunstenares Sylvia Maria Elizabeth Quiël (geb. 1944) met wie hij tot aan zijn dood onafscheidelijk zou blijven.

Sylvia Willink werd driemaal door Willink geschilderd, onder andere tweemaal levensgroot als 'Zittend naakt' in 1976 en in 1978 als 'Rustende Venus 2' waarmee Willink symbolisch verwijst naar de gelukkige periode met zijn echtgenote Wilma die hij in dezelfde houding schilderde als 'Rustende Venus' in 1931.

Overzichtstentoonstelling bij Kunsthandel Van Wisseling in Amsterdam.

Onderging een zware operatie.

Deelname aan de tentoonstelling 'Tendenze der Zwanziger Jahre' in Berlijn.

 

1980

Overzichtstentoonstelling van het realistische werk in het Stedelijk Museum. In de G.I.N.-Gallery in Amsterdam werd het vroege abstracte werk getoond.

Verschijnen van het standaardwerk door Prof. Hans Jaffé bij Meulenhoff/Landshoff.

Bevordering tot officier in de Orde van Oranje Nassau, benoeming door de Franse staat tot het lidmaatschap van het 'Institut de France'.

15 december: opening van de grote internationale tentoonstelling 'Les Réalismes' in het Centre Georges Pompidou waar Willink met vijf werken was vertegenwoordigd.

 

1983

Werkte met Jouke Mulder aan zijn biografie 'Willinks waarheid'.

Deelname aan tentoonstelling 'Zenith', Nationaal Museum in Belgrado (febr/maart).

2 augustus: bij Willink werd een ongeneeslijke leverkwaal geconstateerd.

Werkte aan een schilderij dat nooit af zou komen, een variatie op 'Evenwicht der krachten'.

19 oktober: Albert Carel Willink overleed op 83-jarige leeftijd in zijn woonhuis te Amsterdam.

Van 10 november 1984 tot 3 februari 1985 werd in het Gemeentemuseum van Arnhem, de tentoonstelling 'Terugblik op Willink' gehouden die ruim 80.000 belangstellenden trok.

Zijn weduwe Sylvia Willink-Quiël is de beheerdster van zijn nalatenschap

en enig auteursrechthoudster van Willinks werk.

Bovendien is 'Carel Willink ®' een geregistreerde merknaam.

 

                            webdesign: www.erickusters.nl                        .